• 0px
  • -960px
  • -1920px

Nieuwsberichten

Laatste nieuws:

- Wat is de levensduur van een AED?
Welke kleur heeft jouw slipje?
Waarom hebben AED elektroden een verloopdatum?
Onveilig werk in de horeca
Kijk naar gezondheidsrisico's ledlicht
Longkanker groot risico voor bouwvakkers


Wat is de levensduur van een AED?

Een veelgestelde vraag; ‘Wat is de levensduur van een AED? Hoe lang gaat een AED nu precies mee?’.
 
Het is niet eenvoudig om deze vraag te beantwoorden. Je zou hiervoor uiteraard de fabrieksgarantie van een AED kunnen hanteren. Maar, afhankelijk van het merk en type en de productiedatum, varieert deze van 2 tot 10 jaar.
 
Maar de garantietermijn zegt natuurlijk niets over de technische levensduur van een AED! Het tijdstip van vervanging van een AED is behoorlijk afwijkend als je dit vergelijkt met andere elektronica: Als je een nieuwe TV koopt heeft deze misschien een garantietermijn van 2 jaar, en zal de TV een jaar of 6 meegaan. Maar is het dan noodzakelijk de TV dan ook na 6 jaar te vervangen? Natuurlijk niet, zolang de TV blijft werken kun je deze gewoon gebruiken. Pas als de TV alsnog kapot gaat is het tijd om een nieuwe aan te schaffen.
 
Hier komt het grote verschil met de AED om de hoek kijken. Een AED is bedoeld om levens te redden, en daarvoor gebruiksklaar te zijn bij een reanimatie. Je kunt dus niet de gok nemen om de AED in gebruik te houden totdat deze een keer dienst weigert, het gaat immers om het redden van mensenlevens! Een AED moet je dus vervangen vóórdat technische mankementen optreden door een overschrijding van de technische levensduur! 
 
Hoe goed je je onderhoud aan de AED ook hebt geregeld, er komt onvermijdelijk een moment dat de AED er een keer mee ophoudt!
 
Navraag bij fabrikanten levert niets op. Fabrikanten vermelden voornamelijk de technische superioriteit van hun merk AED ten opzichte van andere AED’s. Geen enkele fabrikant wil en zal daarom een concrete levensduur noemen.
 
En nu? Hier hebben wij helaas ook geen sluitend antwoord op. De levensduur van een AED is afhankelijk van diverse factoren: merk en type, hoe de AED is opgehangen en onder welke omstandigheden, hoe vaak de AED al is ingezet, de onderhoudsfrequentie etc. Mede daarom geven wij géén goedkeuring meer af voor AED’s ouder dan 10 jaar. Op deze manier willen we namelijk schijnveiligheid voorkomen.


Welke kleur heeft jouw slipje?

Collega’s seksueel intimideren en “fuck off” roepen naar de baas? Genoeg redenen voor ontslag op staande voet. Of toch niet?

Nee dus. Tenminste, niet in Australië. Tenminste, niet in dronken staat. Een rechtbank daar oordeelde dat het ontslag van een bedrijfsleider onterecht was. En wel omdat er tijdens de daden “onbeperkt alcoholische versnaperingen werden geserveerd”.

De bedrijfsleider in kwestie tikte tijdens een kerstborrel zo’n tien biertjes en een wodka weg, zo schrijft de Sydney Morning Herald. Vervolgens riep hij “fuck off” naar zijn leidinggevenden. Aan een collega vroeg hij: “Wie ben jij verdomme? Wat doe jij hier?”

Kleur slipje
Na deze portie verbaal geweld vertrok de dronken bedrijfsleider met collega’s naar een bar. Daar zoende hij een vrouwelijke collega op de mond. “Ik ga zo naar huis en lekker over jou dromen”, deelde hij haar mee. De man was wel zo wijs om een taxi naar huis te nemen. Terwijl hij met een vrouwelijke collega op het vervoer wachtte, ging hij nogmaals flink de fout in. “Vanavond is het mijn missie om te ontdekken welke kleur jouw slipje heeft”, murmelde de man.

Niet gecharmeerd
De dame in kwestie was op z’n zachtst gezegd niet gecharmeerd van deze ‘versiertruc’ van haar collega. Zij maakte er melding van bij haar leidinggevenden. Die besloten daarop om de man te ontslaan. Maar recentelijk oordeelde een ontslagcommissie dat de man weer moet worden aangenomen. De commissie typeerde het gedrag van de man tijdens de kerstborrel als “afwijkend”. Zij heeft geen bewijs gevonden dat de bedrijfsleider zich op de werkvloer ookintimiderend gedroeg.

Voorspelbaar
De aanvoer van alcohol is volgens de ontslagcommissie “als zodanig te beschrijven, dat het volledig voorspelbaar is dat bepaalde individuen zich bij overmatig gebruik misdragen”. Met andere woorden: biedt een werkgever onbeperkt alcoholische versnaperingen aan, dan mag hij verwachten dat er mensen dronken worden. En daarmee kennelijk dat die mensen zich gaan misdragen. Tja. Dat een mens ook nee kan zeggen tegen gratis drank, kwam in de uitspraak niet aan de orde.

(Bron: www.arbo-online.nl)


Waarom hebben AED elektroden een verloopdatum?

Nieuwsbericht | 13 februari 2015

Wanneer u in het bezit bent van een AED, dan heeft u vast gemerkt dat de elektroden van uw AED een beperkte houdbaarheid hebben. Maar, waarom hebben AED elektroden een verloopdatum?
 
De functie van elektroden bij een AED
De elektroden van een AED worden gebruikt voor twee hoofdfuncties. Met de elektroden meet de AED het hartritme om te beoordelen of een levensreddende schok noodzakelijk is. Wanneer de AED een schokbaar ritme detecteert, geeft de AED een therapeutische schok door dezelfde elektroden. Om deze functies goed te kunnen uitvoeren is goed contact met de huid van opperst belang.
 
AED elektroden gebruiken een plakkende en geleidende gel
Om het contact tussen de elektroden en de huid tot stand te kunnen brengen worden de AED elektroden bij productie uitgerust met een gel die niet alleen goed plakt, maar ook goed stroom geleidt. Deze gel kan met verloop van tijd in de verpakking enigszins uitdrogen waardoor de chemische samenstelling van de gel verandert. Dit zorgt er uiteindelijk voor dat de geleiding minder wordt. Door een vermindering van de kwaliteit van het signaal kan de AED de analyse minder goed uitvoeren. Bovendien kunnen de elektroden minder goed gaan plakken. Dat heeft vooral zijn effect wanneer borstcompressies worden uitgevoerd met de opgeplakte elektroden: ze kunnen lostrekken van de huid of verschuiven. Dit alles kan ertoe leiden dat de kans kleiner wordt dat de AED zijn therapeutische schok goed kan afgeven en neemt de levensreddende functie af.
 
De oplossing
Door het veranderen van de chemische samenstelling van de gel na verloop van tijd kan de fabrikant de kwaliteit slechts voor een bepaalde termijn na productie van de elektrodenpads garanderen. Daarom heeft men een uiterste houdbaarheidsdatum aan de elektroden verbonden. De houdbaarheid kan per merk en type pad verschillen en varieert tussen 12 en 60 maanden. In de periodieke controle van de AED moet de controle en eventuele vervanging van de elektrodenpads worden meegenomen.

(Bron: www.medisol.nl / www.linkedin.nl (Pieter Joziasse)


Onveilig werk in de horeca

Nieuwsbericht | 2 februari 2015

Veel horecawerkgevers investeren nauwelijks in scholing en veiligheid van hun personeel en verwachten veel flexibiliteit zonder daar iets tegenover te stellen. Dat zegt FNV Horeca, die aandringt op meer veiligheid voor met name jonge medewerkers.

Jaarlijks belanden 5.000 horecawerknemers - veelal jongeren - op de spoedeisende eerste hulp voor behandeling van vooral snij- en brandwonden en valpartijen. Volgens het CBS vonden er in 2013 meer dan 60.000 arbeidsongevallen in de horeca plaats (22.200 arbeidsongevallen per 100.000 werknemers). Ben Francooy, voorzitter FNV Horeca: "In vergelijking met andere sectoren gebeuren in de horeca de meeste arbeidsongevallen. Dit is onacceptabel."
 
Risicovol
FNV Horeca wil dat horecawerkgevers jong personeel beter voorbereiden op dagelijkse risicovolle werkzaamheden zoals snijden, frituren en werken met koolzuur. Jongeren lopen volgens de vakbond een grotere kans op arbeidsongevallen in vergelijking met ervaren oudere collega's. Van de 335.000 werknemers in de horeca is 51% tussen de 15-24 jaar. Een groot deel van deze groep is student die naast zijn studie - zonder enige vakkennis - parttime in de horeca aan de slag gaat.
 
Opleidingsfonds
FNV Horeca verwacht dat door de invoering van het leenstelsel nog meer studenten in de horeca gaan werken of dat huidige studenten meer uren gaan draaien waardoor het aantal arbeidsongevallen in de horeca zal toenemen. Tegelijkertijd kent de sector ook een enorme uitstroom: jaarlijks keert 40 procent van de medewerkers de horecasector de rug toe. FNV Horeca pleit voor een opleidings- en ontwikkelingsfonds waaruit scholing van vaste, tijdelijke en nieuwe werknemers wordt gefinancierd.
 
(Bron: www.arbo-online.nl)


Kijk naar gezondheidsrisico's ledlicht

Nieuwsbericht | 27 januari 2015

Ledlicht kan gezondheidsrisico's met zich meebrengen vooral omdat we er met zijn allen steeds meer aan worden blootgesteld. Dat stelt de Gezondheidsraad. Ledlicht wordt niet alleen gebruikt in lampen, maar ook in beeldschermen van onder meer smartphones en tablets. De verlichting daarin wordt met elke generatie sterker en de apparaten waar het inzit worden steeds vaker gebruikt, zowel zakelijk als privé.

Daarom is het van groot belang dat er onderzoek gedaan wordt naar de risico's van ledlicht, zowel voor de biologische klok als voor de ogen. ,,We weten dat het blauwe licht dat in ledlicht zit, potentieel schadelijk is voor de ogen, maar het is onduidelijk of de mate waarin we eraan blootgesteld worden schadelijk is'', legt een woordvoerder van de Gezondheidsraad uit. ,,Steeds meer mensen kijken er steeds langer naar. Waar ligt de grens en gaan we daar niet met zijn allen overheen?''

Als het zo is dat door de blootstelling aan ledlicht de ogen beschadigd raken, hebben we potentieel met een groot probleem voor de volksgezondheid te maken. ,,Heel veel mensen gebruiken dit soort schermen. Dus mogelijk lopen heel veel mensen er schade door op'', aldus de woordvoerder.

De Gezondheidsraad pleit voor de ontwikkeling van producten die ledlicht met minder blauw afgeven.

http://www.gezondheidsraad.nl/nl/nieuws/gezondheidsrisicos-van-ledlicht-onvoldoende-bekend

(Bron: www.arbozone.nl)
 


Longkanker groot risico voor bouwvakkers

Nieuwsbericht | 10 december 2014

Hoe langer bouwvakkers hun beroep uitoefenen, hoe groter de kans dat zij longkanker krijgen. Dat blijkt uit epidemiologisch onderzoek is uitgevoerd in 15 landen.
Kristallijn silica (kwartsstof) is volgens de onderzoekers de grootste boosdoener, maar bouwvakkers staan tijdens hun werk bloot aan een cocktail van chemisch stoffen. Kwartsstof bevindt zich onder andere in zand, klei, baksteen, betonelementen. Bouwvakkers komen er het vaakst mee in aanraking wanneer ze stenen doormidden slijpen. Naar schatting staat 20 procent van de bouwvakkers regelmatig bloot aan kwartsstof. Werkgevers moeten hier volgens de onderzoekers meer alert op zijn en maatregelen nemen.

Momenteel valt kristallijn silica niet onder de bepalingen van de Europese richtlijn over carcinogene agentia op het werk. De richtlijn wordt momenteel herzien en de bedoeling is om een groter aantal kankerverwekkende stoffen op te nemen. Volgens de auteurs van het onderzoeksrapport verloopt deze revisie van de richtlijn al sinds 2004 uiterst traag. 
In december 2012 heeft het European Advisory Committee for Safety and Health at Work (waarin werkgevers, vakbonden en overheden vertegenwoordigd zijn) reeds een voorstel goedgekeurd om een grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling aan kwartsstof in te voeren.

Het Engelstalige onderzoek Lung cancer risk among bricklayers in a pooled analysis of case control studies, is te lezen op de website van ETUI.

(Bron: www.sentral.be)


Gevaarlijke bedrijven rekenen op afwezige overheid

Nieuwsbericht | 11-11-2014 

Veel chemische bedrijven in de regio Rotterdam-Rijnmond nemen veiligheids- en milieueisen pas serieus als de Inspectie op de stoep staat.
Dat concludeert criminologe Marieke Kluin van de TU Delft in haar promotieonderzoek. Kluin liep 3 jaar mee met de inspectiediensten en onderzocht zo vijftien chemische bedrijven in de regio Rotterdam-Rijnmond. Het aantal is volgens haar representatief voor de meer dan 140 gevaarlijke bedrijven in het gebied, ofwel BRZO-bedrijven.
 
BRZO-bedrijven moeten aan de strengste milieu- en veiligheidseisen voldoen. Het zou de eerste keer zijn dat op een wetenschappelijke manier naar het gedrag van chemische bedrijven is gekeken. Tien van de vijftien onderzochte bedrijven faalden. Vier van de vijftien worden in de studie calculerend genoemd. Deze ondernemingen doen moedwillig niets meer aan veiligheid en milieu dan strikt noodzakelijk is, geven er vrijwel geen geld aan uit en hebben lak aan de autoriteiten, totdat die voor de deur staan. Dan ondernemen ze wel actie.
 
Nader onderzoek moet uitwijzen of de conclusies ook opgaan voor andere gevaarlijke bedrijven in Nederland.

(www.arbo-online.nl)


Veilig is heilig: drie tips voor werken met machines

Nieuwsbericht | 04-11-2014

Ondanks alle bepalingen gaat er nog vaak veel mis bij het werken met machines. Daarom drie basistips om veilig met machines te werken. Met bij elke tip een stuk jurisprudentie over een zaak waarin dat toch niet goed lukte.

Het Arbeidsomstandighedenbesluit verplicht werknemers om veiligheids- en gezondheidsrisico’s op het werk te onderzoeken. Meer specifiek verplicht de Machinerichtlijn de fabrikanten van apparaten en machines (deze vallen onder de zogeheten arbeidsmiddelen) met het ontwerp van hun producten veiligheids- en gezondheidsrisico’s te vermijden. Over het nog resterende risico van de machines moeten zij de gebruikers informeren.

Ondanks deze bepalingen gaat er nog vaak veel mis bij het werken met machines. Daarom drie basistips om veilig met machines te werken. Met bij elke tip een stuk jurisprudentie over een zaak waarin dat toch niet goed lukte.
 
1. Stel een goede RI&E op.
De werkgever moet de gevaren en risico’s vaststellen die voortkomen uit de keuze voor en het gebruik van arbeidsmiddelen in een RI&E-arbeidsmiddelen.
Het kan bij die risico’s bijvoorbeeld gaan om snij-, knel- en pletgevaar, straling, geluid of elektrische veiligheid. Welk risicotype een rol speelt, hangt af van het specifieke arbeidsmiddel en de wijze van gebruik.
 
Bij grondwerkzaamheden in een pand in hartje Amsterdam werkt men met een graafmachine met dieselmotoraandrijving. Zonder adequate ventilatie bestaat er kans op blootstelling aan DME (dieselmotorenemissie) en metallisch kwik. De risico’s zijn bekend, maar een RI&E ontbreekt.
 
2. Keur en inspecteer tijdig.
Bij bepaalde veiligheidsaspecten neemt het risico toe door niet of niet tijdig inspecteren en keuren.
Werknemers kunnen met behulp van een checklist op gezette tijden hun eigen werkplek controleren. Daarnaast leent deze checklist zich goed voor het uitvoeren van een algemene inspectie.
 
Een werknemer raakt met zijn duim bekneld onder een drukpers. De Arbeidsinspectie komt tot de conclusie dat de werkgever er onvoldoende voor heeft gezorgd dat de afstandsbediening van de pers in een goede staat van onderhoud verkeert.
 
3. Zorg voor de juiste machine op de juiste plek.
Al bij de aanschaf van de machines is het mogelijk om rekening te houden met de risico’s voor de gezondheid. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het geluidsniveau van de machine. Door bewust te kiezen kan de gebruiker geluidsoverlast en gehoorschade voorkomen bij hem zelf en bij medewerkers in de werkomgeving.
 
Een lawaaidove beroepscellist stelt zijn werkgever aansprakelijk voor materiële en immateriële schade door de geluidsoverlast tijdens de repetities en concerten van het orkest. Hij krijgt gelijk en daarmee een schadevergoeding van zijn werkgever.

(Bron: www.arbo-online.nl)


Inspectie SZW gaat gericht controleren op kwartsstof

Nieuwsbericht | 22-10-2014

De Inspectie SZW gaat vanaf 3 november gericht controleren op bouwlocaties op blootstelling aan kwartsstof door bouwvakkers. Gerichte controles vorig jaar hebben gezorgd voor een snelstijgende aanschaf van adequate apparatuur waarmee blootstelling aan kwartsstof wordt voorkomen. De komende inspecties zullen uitwijzen of de apparatuur nog steeds wordt gebruikt en of op niet eerder bezochte locaties de apparatuur nu ook wordt gebruikt.

Het lijkt zo onschuldig, stof dat vrijkomt bij het bewerken van steen en beton, maar het is levensgevaarlijk. Deze stof, kwartsstof genoemd, is kankerverwekkend en kan naast longkanker ook andere longaandoeningen veroorzaken. Duizenden bouwvakkers hebben er dagelijks mee te maken, bijvoorbeeld als ze boren, zagen en schuren in beton. Het gaat dan onder meer om werknemers van hoofd- of onderaannemers, installateurs en tegelzetters, maar ook om zzp’ers , zoals voegenhakkers en  sleuvenfrezers. In 2013 zijn verschillende acties ondernomen om werknemers beter te beschermen tegen kwartsstof. Organisaties als Arbouw en TNO hebben de ondernemers voorgelicht.

De Inspectie SZW heeft  in het najaar van 2013 een controle gehouden om na te gaan of werknemers voldoende tegen kwartsstof beschermd worden. Bij meer dan de helft van de 441 controles is toen  handhavend opgetreden. In totaal zijn er 297 overtredingen geconstateerd. In 68 gevallen is het werk stilgelegd en 23 maal is een boete aangezegd.

De inspecteurs kijken vooral naar de toepassing van bronmaatregelen op de apparatuur, zoals afzuiging en verneveling op het handgereedschap. De boete voor het overschrijden van de grenswaarde kan oplopen tot een bedrag van € 18.000,--.

De inspecties nu zijn een logisch vervolg op de actie in 2013 omdat de goede apparatuur toen onvoldoende bleek te worden gebruikt.  Bedrijven waar vorig jaar ook al overtredingen zijn geconstateerd en weer in de fout gaan, kunnen rekenen op verdubbeling van het boetebedrag.  Er worden ook locaties bezocht waar de inspectie niet eerder op kwartsstof heeft gecontroleerd.

De Inspectie SZW heeft een speciale film over de gevaren van kwartsstof gemaakt. 
 
(Bron: www.inspectieszw.nl)


RI&E ontbreekt bij veel transportbedrijven

Nieuwsbericht | 22-10-2014

De risico's die werknemers in de transportsector lopen, zijn lang niet altijd bekend bij hun werkgevers. Ook worden er onvoldoende maatregelen genomen om die risico's te beperken. Een RI&E ontbreekt vaak.
Dit blijkt uit de rapportage 2014 van de Inspectie SZW over de arbeidsomstandigheden in deze sector. Veel bedrijven blijken geen idee te hebben hoe vaak hun medewerkers te maken hebben met agressie of geweld, laat staan dat ze maatregelen hebben genomen. Een positieve uitzondering in de transportsector vormt het openbaar vervoer. Hier passen bedrijven wel de maatregelen toe om agressie en geweld tegen medewerkers tegen te gaan en maken ze werkstress bespreekbaar. Hier is het doel dat de Inspectie zich had gesteld bereikt, mede door inspecties en maatschappelijke en politieke aandacht.
 
Minder slachtoffers
Het aantal slachtoffers van arbeidsongevallen in de deelsectoren wegvervoer en distributie vertoont een licht dalende trend: 193 in 2010, 172 in 2011, 164 in 2012. De belangrijkste risico’s zijn hier aanrijd- en valgevaar. Bij een aanzienlijk deel van dit soort ongevallen is een heftruck betrokken. 
Zowel voor het veilig werken met ‘gegaste’ containers als voor het voorkómen van inpandige uitstoot van dieseluitlaatgassen wijzen de resultaten van de inspecties op een verbetering van de naleving. 
 
RI&E ontbreekt
Vooral kleinere transportbedrijven schieten volgens de Inspectie tekort in het naleven van de arbowetgeving. Bij ongeveer de helft van de inspecties constateerde de Inspectie een overtreding. Een veelvoorkomende overtreding was het ontbreken of niet actueel zijn van een risico-inventarisatie en -evaluatie. Bedrijven die hun zaakjes niet op orde hadden, krijgen opnieuw een bezoek van de Inspectie. Dat gaat door tot het bedrijf de arbeidsomstandigheden op orde heeft. Bij herhaling van de overtredingen worden de sancties steeds zwaarder.
 
(Bron: www.arbo-online.nl)


De top vijf van gevaarlijke beroepen

Nieuwsbericht | 30-09-2014

Metselaars, timmerlieden, schilders en mensen met andere beroepen in de bouw lopen het meeste risico op een ernstig ongeluk op de werkvloer. Dat blijkt uit informatie van het RIVM gebaseerd op onderzoek door de inspectie van SZW.

Per jaar krijgen ongeveer 230.000 mensen een ongeluk op het werk. Daarvan is circa 1 procent zo ernstig dat ze moeten worden gemeld bij de Inspectie SZW. Dat houdt in dat iemand voor langere tijd niet kan werken. In sommige beroepsgroepen hebben werknemers meer kans op een ernstig ongeluk.
 
Top vijf
De top vijf van gevaarlijke beroepen in Nederland is als volgt:

  1. Metselaars, timmerlieden, schilders en andere beroepen in de bouw
  2. Elektromonteurs en reparateurs van elektrische apparaten
  3. Loodgieters, lassers, fitters, plaat- en constructiewerkers
  4. Laders en lossers, inpakkers, grondwerk- en kraanmachinisten
  5. Vrachtwagenchauffeurs

De top vijf is gebaseerd op cijfers uit de Storybuilder van het RIVM. Dat is een database met informatie over ruim 25.000 ernstige arbeidsongevallen in Nederland. Deze cijfers zijn gecombineerd met onderzoeksgegevens over de blootstelling van Nederlandse medewerkers aan ruim 60 verschillende soorten gevaren op de werkvloer. Bijvoorbeeld ‘contact met de bewegende delen van een machine’, vallen van een steiger, ‘vallende objecten uit kranen’ of ‘contact met elektriciteit’. In een steekproef van 30.000 mensen uit de Nederlandse beroepsbevolking is gekeken aan welke gevaren zij blootstaan op het werk. Uit combinatie van deze data is te berekenen welke risico zij lopen op een dodelijk ongeval, een ongeval met blijvend letsel of een ongeval met tijdelijk (herstelbaar) letsel.
Het onderzoek vergelijkt de cijfers die het risico op een bepaald ongeluk voorspellen met actuele gegevens over daadwerkelijke ongevallen. 

Leren van ongevallen
De gegevens uit het onderzoek en uit Storybuilder zorgen voor beter inzicht in de aard en de oorzaken van ongelukken op het werk. Veelal zijn de oorzaken van ongevallen bij bedrijven hetzelfde. De informatie uit Storybuilder kan bedrijven helpen bij het nemen van effectieve maatregelen om het aantal ongevallen op de werkvloer terug te dringen.
 
Helpdesk en informatie
Via www.rivm.nl/veiligwerken is het mogelijk Storybuilder te downloaden. Neem voor meer informatie of bij vragen of technische ondersteuning contact op met de helpdesk via storybuilder@rivm.nl of tel (030) 274 30 92.
 
(Bron: www.arbo-online.nl)


Inspectie SZW: bedrijven blijken hun werknemers nog te vaak handmatig te laten bestraten

Nieuwsbericht | 25-09-2014

Stratenmakers voeren hun werk vaak uit in een zelfde, gebogen houding. Klachten aan onder meer de rug zijn het gevolg. De bestratingsbranche heeft daarom de brancherichtlijn voor verantwoord bestraten in 2013 vernieuwd. Machinaal bestraten is de norm tenzij dit gezien de stand van de techniek nog niet kan. Ook de opdrachtgever heeft een verantwoordelijkheid. Hij moet al tijdens de voorbereiding, in het Straatwerkplan, aangeven of er machinaal kan worden bestraat. Ook moet hij het machinaal straten in het ontwerp van de straat meenemen.

Handmatig bestraten vaak niet nodig
Tussen mei en oktober 2013 heeft de Inspectie SZW 191 bestratingsbedrijven bezocht. Bij 117 bedrijven (61%) zijn één of meer overtredingen geconstateerd. Deze hebben betrekking op verschillende arbeidsrisico’s, bijvoorbeeld aanrijdgevaar en de blootstelling aan kwarts. De meeste overtredingen hebben echter te maken met het onnodig handmatig bestraten. Bij 61 bedrijven (42%) was hiervan sprake.

Aandacht voor bestraten in ontwerpfase
Als werknemers tijdens een inspectie handmatig bestraten, moet het bedrijf kunnen aantonen dat het niet anders kan. Deze uitleg was in veel gevallen niet afdoende. In een aantal gevallen had de opdrachtgever in zijn bestek opgenomen dat het werk handmatig moest gebeuren. Of hij had niet expliciet aangegeven dat de werkzaamheden machinaal moesten worden uitgevoerd. In de ontwerpfase is dan geen rekening gehouden met de arboverplichtingen. Dit was bij 13 bedrijven het geval.

Opdrachtgevers niet goed op de hoogte
Opdrachtgevers van bestratingsprojecten zijn vaak niet goed op de hoogte van hun verplichtingen om het mechanisch straten mogelijk te maken. Ook zijn ze zich te weinig bewust van hun verantwoordelijkheid voor de goede inrichting van de bouwlocatie, zodat bijvoorbeeld aanrijdgevaar voorkomen kan worden.

Direct boete bij opnieuw overtreden
Vanaf augustus 2014 gaat de inspectie opnieuw inspecteren, zowel bij bestratingsbedrijven als bij opdrachtgevers in de grond-, weg- en waterbouw. Bestratingsbedrijven die de regels opnieuw overtreden, krijgen direct een boete. De aangescherpte sanctieregels uit de Arbeidsomstandighedenwet maken dat mogelijk.

Meer informatie
Arbeidsomstandigheden in de bestrating | (Inspectie)rapporten | 2014 | pdf-document | 267 kB
 
(Bron: www.inspectieszw.nl)


Ramp? Ongeval? Laat weten dat je veilig bent!

Nieuwsbericht | 16-09-2014

(Bedrijfs)ongevallen hebben niet alleen impact op de mensen die erbij betrokken zijn. Ook voor het thuisfront breken soms angstige uren aan.

Een grote explosie op een bedrijventerrein of een andere calamiteit levert vaak onduidelijkheid op. Wie was er aan het werk, waar zijn de mensen, zijn er gewonden? Het Rode Kruis heeft een site geopend waarop mensen kunnen laten weten dat ze veilig zijn. Familie, vrienden en collega's kunnen zo snel gerust worden gesteld.
 
Het Rode Kruis heeft de site ikbenveilig voor het eerst opengesteld na het grote ongeval op de A58, waar twee mensen om het leven kwamen en elf anderen zwaargewond raakten. Vrij snel na de openstelling konden vijf matches worden gemaakt tussen mensen die aangaven ongedeerd te zijn en bezorgde mensen die naar hen op zoek waren.
 
Het idee van de site komt uit Amerika, waar het onder andere werd ingezet na de aanslag op de marathon van Boston.

(Bron: www.arbo-online.nl)


Inspectie SZW publiceert Meerjarenplan 2015-2018 en Jaarplan 2015

Nieuwsbericht | 16-09-2014

Het Meerjarenplan 2015-2018 en het Jaarplan 2015 van de Inspectie SZW zijn maandag 15 september 2014 aangeboden aan de Tweede Kamer.

De Inspectie blijft zich met het toezicht op het brede terrein van sociale zaken en werkgelegenheid inzetten voor een sociaal en economisch krachtig Nederland met eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen.
Prioriteit voor de Inspectie SZW blijft het aanpakken van ernstige misstanden en notoire overtreders. Daarbij is in 2015 speciale aandacht voor bedrijven waar de Inspectie in het recente verleden handhavend heeft opgetreden. Als de zaken niet op orde zijn, dan volgt een maatregel zoals een boete of een stillegging. Hierbij maakt de Inspectie gebruik van de mogelijkheden van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Wahss), die op 1 januari 2013 in werking is getreden.

De Inspectie gaat ervan uit dat de meeste bedrijven en werknemers ervoor zorgen dat ze gezond, veilig en eerlijk werken. Daar waar bedrijven en instellingen zich aan de regels houden blijft de Inspectie weg, maar bij misstanden wordt hard en zichtbaar opgetreden.

Ook voor dit meerjarenplan en jaarplan geldt dat de Inspectie het niet alleen kan. Waar dat mogelijk is wordt er samengewerkt. Nationaal gebeurt dat met andere inspecties en organisaties zoals de Belastingdienst en met maatschappelijke organisaties zoals brancheorganisaties. Ook internationale samenwerking speelt een steeds grotere rol.  De mogelijkheden om over de grens handhavinginformatie op te vragen en boetes te innen nemen toe. De oprichting van een Europees platform zwartwerken in 2015 geeft dit een sterke impuls. Verder werkt de Inspectie samen met het ministerie van VWS. In opdracht van dit ministerie richten de Inspectie SZW zich op de aanpak van fraude met persoonsgebonden budgetten.

De komende jaren gaat de Inspectie verder met het – gefaseerd – invullen van het begrip transparantie. Als toezichthouder laat de Inspectie daarbij zien wat ze doet en stelt ze haar gegevens beschikbaar. Transparantie levert een bijdrage aan het beter naleven van de regels. In de loop van 2014 komen de  eerste inspectiegegevens op internet. Daarbij gaat het om de Brzo-bedrijven ( Besluit risico’s zware ongevallen) en bedrijven in de asbestsector.
Wanneer de Wet aanpak schijnconstructies (Was) begin volgend jaar van kracht wordt, gaat de Inspectie gefaseerd verder met het proces naar openbaarheid van inspectiegegevens.

In het Meerjarenplan 2015-2018 en het Jaarplan 2015 staat per programma aangegeven hoe de Inspectie uitvoering geeft aan haar meerjarige ambities. Zie de webversie van de plannen.

(Bron: www.inspectieszw.nl)


Blusmiddelen niet altijd gebruiksklaar

Nieuwsbericht | 15-09-2014

Uit onderzoek naar onderhoud en inzet van kleine blusmiddelen dat Vebon jaarljks uitvoert blijkt dat 90% van de beginnende branden effectief wordt geblust met een draagbare blusser en/of brandslanghaspel. Een hoog rendement van de inzet van kleine blusmiddelen. Deze resultaten liggen op lijn met onderzoeksresultaten van de afgelopen jaren. Toch laat de aandacht voor zichtbaarheid, bereikbaarheid en onderhoud van kleine blusmiddelen nog altijd te wensen over.

Vebon benadrukt dat blusmiddelen altijd gebruiksklaar moeten zijn. Bij 15% van de draagbare blustoestellen en brandslanghaspels bleek hiervoor een extra reparatie nodig.  Periodiek preventief onderhoud voorkomt dat blusmiddelen niet functioneren op het moment dat het nodig is.

Brandregresregeling onderstreept noodzaak onderhoud

Per 1 januari 2014 is de vernieuwde Brandregresregeling van kracht voor de zakelijke markt. Deze regeling houdt in dat verzekeraars (brand)schade volledig op de veroorzaker kunnen verhalen indien sprake is van onzorgvuldig handelen, bijvoorbeeld door gebruik van gebrekkig materiaal of achterstallig onderhoud. Doel van de regeling is bedrijven te stimuleren zorgvuldig te handelen en de brandpreventie goed op orde te hebben. Voor de ondernemer wordt het dus belangrijker aan te kunnen tonen dat aan voldoende maatregelen zijn genomen op het gebied van brandveiligheid.

Het jaarlijks onderzoek maakt duidelijk dat het onderwerp brandveiligheid op nog meer aandacht moet kunnen rekenen. Het rendement van de inzet en doeltreffendheid van kleine blusmiddelen laat zien dat met  relatief eenvoudige middelen de meeste branden effectief kunnen worden bestreden.
 
(Bron: www.brandveilig.com


Gewijzigde omstandigheden? RI&E actualiseren!

Nieuwsbericht | 25-08-2014

Om medewerkers in uw organisatie optimaal te beschermen tegen de risico’s van het werk, moet de RI&E altijd actueel zijn. Als de omstandigheden veranderen, moet u de RI&E dus opnieuw onder de loep nemen. Volgens Inspectie SZW gebeurt dat nog lang niet altijd.
Als u de risico’s in uw organisatie bekijkt, kan blijken dat er bepaalde procedures of omstandigheden veranderd zijn. Dat kan ervoor zorgen dat u een bepaald (nieuw of veranderd) risico onvoldoende in beeld heeft. In dat geval is het zaak de RI&E aan te passen aan de nieuwe situatie. Vervolgens moet u ook het plan van aanpak actualiseren.
 
Verandering van werkzaamheden in de zorg
Voor veel arboprofessionals in de zorg is er op dit vlak werk aan de winkel. Inspectie SZW concludeerde na controles bij 306 zorginstellingen dat die hun RI&E onvoldoende hebben aangepast aan de verandering van werkzaamheden. 
Binnen de zorgsector constateerde de inspectie dat zorg steeds minder binnen zorginstellingen plaatsvindt en steeds vaker bij de patiënt thuis. Door deze verschuiving van intramurale naar extramurale zorg neemt niet alleen de zorgzwaarte toe, maar krijgen medewerkers ook sneller met agressie van cliënten te maken. Toch bleken veel werkgevers de RI&E en beschermingsmaatregelen hier (nog) niet op te hebben aangepast.
 
Oplossingen uit de arbocatalogus
Ontwikkelingen in uw organisatie zijn vaak niet zo uniek als u denkt. Kijk voor oplossingen voor branchespecifieke arborisico’s eens in de arbocatalogus van uw branche of die van een aanverwante sector.
 
(Bron: www.rendement.nl)


Schrik je geen ongeluk; weet waar het misgaat!

Nieuwsbericht | 25-08-2014
 
Dagelijks vinden er honderden arbeidsongevallen plaats. Een schokkend aantal? Waarschijnlijk is het slechts het topje van de ijsberg, want niet alle ongelukken worden gemeld.
 
Jaarlijks krijgen ongeveer 230.000 mensen een ongeluk op het werk. Dat zijn ruim 600 slachtoffers per dag. Een derde van de mensen kan door het ongeluk (tijdelijk) niet meer werken. Circa 70-80 ongevallen hebben een dodelijke afloop: dat zijn bijna twee doden per week. Uit onderzoek weten we waar het meestal misgaat en wat de oorzaken zijn. RIVM helpt de overheid en werkgevers om risico’s op ongevallen te verkleinen en zo de veiligheid op de werkvloer te vergroten.
 
Het RIVM heeft een database – de Storybuilder – met een schat aan informatie over ernstige arbeidsongevallen in Nederland. Analyse van de gegevens laat zien dat ongevallen vaak dezelfde soort oorzaken hebben. Met behulp van de informatie en hulpmiddelen van het RIVM kunnen werkgevers oorzaken van veelvoorkomende ernstige ongelukken achterhalen en ze gebruiken om maatregelen te treffen die ook echt werken. Zo kunnen ze de veiligheid op de werkvloer vergroten. De informatie in Storybuilder is gebaseerd op ongevallen die aan de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) zijn gemeld en door hen zijn onderzocht. De database bevat op dit moment informatie over circa 25.000 ongevallen uit de periode 1998 tot en met 2009 en 2012.
 
Factsheets
Naast de database met informatie heeft RIVM ook diverse factsheets beschikbaar met specifieke analyses over ongevallen. De factsheets laten zien hoeveel ongevallen gebeuren, hoe ernstig ze zijn en wat de belangrijkste oorzaken ervan zijn. Bovendien geeft RIVM aandachtspunten die kunnen helpen bij het nemen van effectieve maatregelen om ongevallen te voorkomen.
 
Er zijn factsheets over verschillende soorten ongevallen zoals aanrijdingen, beknellingen en ongelukken met machines. Daarnaast zijn er factsheets over ongelukken in specifieke sectoren (zoals de bouw-, metaal of transportsector) of met specifieke groepen, zoals jongeren in de metaalsector. En tot slot zijn factsheets over ongevallen met bepaalde machines en gereedschappen – bijvoorbeeld heftrucks of bewerkingsmachines – en ongevallen bij bepaalde activiteiten en processen, zoals werkzaamheden aan het spoor of onderhoud aan gebouwen.
  
Meer informatie:
www.rivm.nl/veiligwerken
www.rivm.nl/storybuilder

(Bron: www.arbo-online.nl)


Veiligheid praktijklokalen VMBO en MBO vaak niet in orde

Nieuwsbericht | 21-08-2014
 
Bij controles door de Inspectie SZW op scholen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs die bij eerdere inspecties slecht presteerden, blijkt de veiligheid bij het leren werken met machines in 64% van de gevallen nog steeds niet in orde. Het ging daarbij om 68 van de 107 geïnspecteerde schoollocaties.
 
De Inspectie SZW heeft in 2009, 2010 en 2012/2013 inspecties uitgevoerd in praktijklokalen van scholen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Daarnaast heeft de Inspectie van 2005 t/m 2010 195 meldingplichtige ongevallen onderzocht. 
De meeste overtredingen hadden te maken met onveilige arbeidsmiddelen. Daarnaast waren sommige praktijklokalen onvoldoende veilig ingericht of werden de leerlingen en docenten blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. 
In verband met de overtredingen zijn stilleggingen en boeterapporten opgesteld  opgelegd.
 
Onveilige arbeidsmiddelen
Van de in totaal 208 overtredingen hadden 142 overtredingen (72%) te maken met onvoldoende afscherming van bewegende delen van machines of het volledig ontbreken van veiligheidsvoorzieningen. Vooral de gevaren van beknelling door bewegende delen bleken veel scholen nog steeds te onderschatten.
 
Onveilige arbeidsplaatsen
Bij 16 schoollocaties (8% van de overtredingen) was de veiligheid rond de machines onvoldoende doordat de arbeidsplaats niet veilig was ingericht, machines niet waren geaard of beveiligd of er valgevaar was door het ontbreken van hekwerken.
 
Blootstelling aan gevaarlijke stoffen
Bij 33 van de overtredingen (16%) was er sprake van blootstelling aan gevaarlijke stoffen door het ontbreken of niet aangesloten zijn van afzuiginstallaties bij houtbewerkingmachines en soldeertafels.
 
Conclusies en vervolg
Ondanks herhaalde inspecties bij en het steviger aanpakken van deze scholen wordt er nog steeds onvoldoende veilig gewerkt in de praktijklokalen. Dit is zorgwekkend. Om tot een verdere verbetering van een veilige leer/werk omgeving te komen voert de Inspectie SZW dit jaar bij de 68 slecht presterende scholen dan ook opnieuw inspecties uit. 
Bij constatering van eenzelfde of soortgelijke overtreding zullen er direct boetes opgelegd worden. Bij herhaaldelijk in gebreke blijven kunnen de gevaarlijke activiteiten gedurende een langere periode worden stilgelegd.
 
(Bron: www.inspectieszw.nl)


Duwen en trekken zorgt voor pijnlijke schouders

Nieuwsbericht | 21 augustus 2014

Wie in zijn werk veel moet duwen en trekken, verdubbelt zijn risico op schouderklachten.
Dat meldt Beroepsziekten.nl op basis van recente literatuurstudie door Nederlandse onderzoekers. Pijnlijke schouders staan in Nederland in de top drie van klachten aan het bewegingsapparaat, na rug- en nekklachten.
 
De wetenschappers bekeken zeven eerder uitgevoerde studies waaraan in totaal 8279 proefpersonen deelnamen. Er werd een duidelijk verband aangetoond tussen duwen en trekken en klachten aan de schouders. Daarentegen was er onvoldoende of tegenstrijdig bewijs om te kunnen stellen dat duwen en trekken ook een hoger risico betekent voor klachten aan polsen, ellebogen, boven- of onderarm en handen.
 
(Bron: www.arbo-online.nl)


Gevaar door gebrekkige instructies hoogwerkers

Nieuwsbericht | 18 augustus 2014

Wie een hoogwerker huurt, krijgt vaak niet meer dan een korte instructie voor de bediening van de machine. Dat leidt tot onveiligheid op bouwplaatsen. De International Powered Access Federation (IPAF) is daarover het gesprek aangegaan met de Inspectie SWZ.

Directe aanleiding voor het initiatief is het gebrek aan toezicht en handhaving door de overheid op opleidingen voor zogeheten 'mobiele arbeidsmiddelen'. Dat zegt Hans Aarse van IPAF Benelux. De hoogwerkervloot in Nederland bedraagt ongeveer 18.000 eenheden waarvan 85 procent, dus circa 15.000 eenheden, eigendom zijn van hoogwerkerverhuurbedrijven die hun machines voor 95 procent onbemand verhuren. 
 
Geen adequate opleiding
Veelal wordt aan de bediener die de machine in gebruik neemt een korte instructie gegeven over de bediening van de hoogwerker. “Echter, dit is geen adequate opleiding zoals deze in de wet wordt bedoeld en is vastgelegd”, aldus Aarse. Veel bedrijven bieden echter wel een adequate, al dan niet IPAF, opleiding aan.
 
Menselijk falen
Jaarlijks vinden er in Nederland ongeveer 20 ongevallen met hoogwerkers plaats met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg en in enkele gevallen met dodelijke afloop. Het aantal bijna ongevallen bedraagt een veelvoud hiervan. “Onderzoek heeft uitgewezen dat er in 98 procent van de gevallen sprake is van menselijk falen door ondeskundige bediening”, aldus Aarse.
 
Hoogwerkers rouleren

In Nederland worden jaarlijks ongeveer 15.000 mensen opgeleid in de bediening van hoogwerkers. Aarse: “Dus vrijwel net zo veel als het aantal hoogwerkers dat in beheer is bij verhuurbedrijven. Echter, vrijwel iedere hoogwerker die in Nederland zonder vaste bedieningsman wordt verhuurd, rouleert een groot aantal malen per jaar. En dus fluctueert het aantal personen dat dezelfde hoogwerker bedient in hoge mate.”

(Bron: www.arbo-online.nl)


Zó stimuleer je gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)!

Nieuwsbericht | 13 augustus 2014

Werkgerelateerde verwondingen kunnen vaak worden voorkomen wanneer een werkgever zorgt voor de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) die zijn aangepast aan de werkomgeving. Maar dit is pas zinvol als werknemers de PBM ook effectief dragen.

Werknemers vinden het dragen van PBM soms hinderlijk bij het uitvoeren van hun werk. Handbescherming bijvoorbeeld, is een van de meest voorkomende beschermingsmiddelen. Handverwondingen komen zeer vaak voor als werkgerelateerde verwonding. Toch zijn dit verwondingen die vermeden kunnen worden. Kijk bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten. Hier leiden werkgerelateerde handverwondingen tot één miljoen spoedgevallen per jaar. 70 procent van deze werknemers gaf aan dat ze geen handschoenen droegen tijdens het ongeval.
 
Preventieadviseurs kunnen, naast het aanbieden van de juiste PBM, de werknemers stimuleren om de PBM consequent en juist te dragen. OSHA stelde enkele tips op om het dragen van PBM te bevorderen.
 
Communiceer met de werknemers over:

  • Welke PBM nodig zijn en waarom: Ga er niet zomaar van uit dat iedere werknemer weet waarvoor de toegewezen PBM dienen. Als werknemers geen weet hebben van de gevaren waartegen de PBM hen beschermt, zullen ze ook minder gemotiveerd zijn om ze te dragen. Het kan helpen om ongevallen uit het verleden met de werknemers te delen. Het zal hen bewust maken van de gevaren op de werkvloer.
  • De beperkingen en de pluspunten van de PBM: PBM zijn door de jaren sterk geëvolueerd. Vandaag de dag zijn ze steviger en comfortabeler als nooit tevoren. Maar het is zeker zo belangrijk om de werknemers op de hoogte te stellen van waar de PBM’s niet tegen beschermen. Mogen de PBM nat worden? Zijn ze hitteresistent en tot welke temperatuur?
  • Wanneer PBM verplicht zijn: Vaak is het dragen van PBM niet verplicht bij elke taak van de werknemer. Hierdoor kan er verwarring ontstaan. Bovendien variëren de PBM’s soms naargelang de afdeling van de organisatie. Voorzie daarom pictogrammen op de verschillende werkvloeren, die aangeven welke PBM waar thuishoren. Benadruk ook dat zelfs voor zeer korte taken het dragen van PBM noodzakelijk is.
  • Het correct dragen van de PBM, maar ook hoe de werknemers ze kunnen aanpassen en uitdoen wanneer toegelaten: Het correct dragen van PBM zal ertoe leiden dat de PBM comfortabeler zitten en ook veiliger zijn. Daarom moet de preventiemedewerker voor elke werknemer de juiste maat van de PBM’s bepalen. Bovendien is het aangeraden om een demonstratie van het aan - en uitdoen van de PBM’s.
  • Hoe de PBM onderhouden moeten worden: Een goed onderhoud van de PBM komt hun beschermende functies alleen maar ten goede. Slijtage kan immers leiden tot lekken en bijgevolg tot minder goede bescherming. De preventiemedewerker kan de werknemers onderhoudtips meegeven zodat ze de PBM zelf regelmatig kunnen schoonmaken en correct opbergen.

 (Bron: www.arbo-online.nl)


Werkdruk in de zorg

Nieuwsbericht | 17 juli 2014
 
In de factsheet 'hollen en stilstaan bij werkdruk' heeft de Inspectie SZW de belangrijkste resultaten van de inspecties in 2013 beschreven en vergelijkingen met de resultaten uit 2012 gemaakt.
 
In het kader van de aanpak Zorg en Welzijn 2012 – 2015 heeft de Inspectie SZW tussen 1 april 2013 en 1 februari 2014 op het onderwerp psychosociale arbeidsbelasting (PSA) geïnspecteerd. Inspecties zijn verricht in 306 zorginstellingen (op 1264 locaties) in de sectoren jeugdzorg, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en de verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT). Deze sectoren zijn (met uitzondering van de geestelijke gezondheidszorg) ook in 2012 geïnspecteerd, echter dit keer zijn andere instellingen bezocht.
 
De belangrijkste conclusies uit de inspecties PSA in 2013:

PSA krijgt te weinig aandacht in de zorginstellingen. Ruim 70% van de instellingen treft onvoldoende maatregelen tegen de risico’s werkdruk en/of agressie en/of werktijden.

De resultaten met betrekking tot werkdruk zijn verbeterd ten opzichte van 2012:

  • 50% van de instellingen heeft voldoende maatregelen getroffen om de werkdruk te kunnen beheersen. In 2012 lag dit percentage op 20%;
  • De andere helft is bezig met het opstellen van een plan van aanpak of het implementeren van de maatregelen.

Overtredingen ten aanzien van het agressiebeleid van instellingen nemen toe:

  • Ruim 60% heeft één of meer overtredingen op agressie. In 2012 lag dit percentage op 40%;
  • Bij 30% van de geïnspecteerde instellingen is de voorlichting en training onvoldoende;
  • Bij 20% ontbreekt een goede risico-inventarisatie, incidentanalyse en evaluatie.

 
Het arbeidstijdenbeleid is bij de meeste instellingen (90%) in orde.
 
Een derde van de instellingen heeft onvoldoende aandacht voor de arbeidsomstandigheden in het algemeen, daar ontbreken essentiële elementen van het arbozorgsysteem zoals de RI&E. Het gaat dan vaak om de niet aangesloten, kleine instellingen, die net zijn gestart. Bij deze instellingen is ook nauwelijks aandacht voor de aanpak van PSA.
 
(Bron: SZW - Factsheet 'hollen en stilstaan bij werkdruk')

 


Aandacht voor gezond en veilig werken levert geld op

Nieuwsbericht | 14 juli 2014

De toegenomen aandacht voor veilig en gezond werken is goed voor de bedrijfsvoering. Dat zegt 93 procent van de bezoekers van de Britse Safety and Health Expo 2014.

Dat maakt het British Standard Institution (BSI) bekend op basis van een enquête. Volgens BSI is de negatieve reputatie van veilig en gezond werken onterecht.
 
"Arbo wordt vaak gezien als bureaucratie en lastenverzwaring, maar onze resultaten tonen aan dat dit beeld verandert. Het is goed om te zien dat werkgevers gezondheid en veiligheid serieus nemen en, nog belangrijker, dat deze duidelijke boodschap door iedereen in het bedrijf wordt begrepen, van de top tot de werkvloer", zegt Suzanne Fribbins, Risk Management Expert bij BSI. "Door te investeren in duidelijk omschreven beleid en procedures waarmee je de gezondheid- en veiligheidsrisico's identificeert, kunnen organisaties de risico's minimaliseren voor zowel werknemers als bezoekers externe contractanten op hun terrein."
 
93 procent van de respondenten gelooft dat de top van het bedrijf gedreven is om gezond en veilig werken te stimuleren. 67 procent meent dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om het arbobeleid uit te voeren. 35 procent van de respondenten zegt dat zijn bedrijf interne regels en procedures heeft ingevoerd om het werk gezonder en veiliger te maken, 31 procent heeft geïnvesteerd in training van het personeel.
 
(Bron: www.arbo-online.nl)


Nederland ziek van WK-uitschakeling

Nieuwsbericht | 11 juli 2014

De ochtend na de WK-uitschakeling van Oranje door Argentinië hebben zich een stuk meer Nederlanders ziek gemeld dan op andere ochtenden. Dat blijkt uit een eerste prognose van i-Signaal, een dochterbedrijf van softwareleverancier Unit 4, dat gedurende het WK voetbal het ziekteverzuim bijhoudt.
Donderdagochtend om half 11 telde de zogeheten Verzuimbarometer 1314 nieuwe ziekmeldingen. Dat is ruim drie keer zo hoog als voorgaande dagen rond dat tijdstip. Toen lag het aantal nieuwe ziekmeldingen rond de 400.
 
De Verzuimbarometer verzamelt de gegevens van 200.000 bedrijven die gezamenlijk ruim 2 miljoen werknemers hebben. Zoals het nu er naar uitziet, is het voor het eerst dit toernooi dat een wedstrijd van het Nederlands elftal zorgt voor veel meer ziekmeldingen dan normaal. Bij de andere WK-duels lag het aantal meldingen slechts iets hoger dan het gemiddelde. De maandag na de wedstrijd tegen Mexico telde de barometer om half 11 in de ochtend 626 ziekmeldingen.

Het totale ziekteverzuim kan pas aan het eind van de werkdag worden vastgesteld. De afgelopen dagen was ongeveer 4,8 procent van het totaal aantal werknemers ziek, zo blijkt uit cijfers van de softwareleverancier. I-Signaal verwacht dat dit verzuimpercentage donderdag hoger ligt.

(Bron: ANP)


Agressie tegen personeel in zorg toegenomen

Nieuwsbericht | 08 juli 2014
 
Medewerkers van zorg- en welzijnsinstellingen worden steeds vaker geconfronteerd met agressief gedrag. En instellingen doen er weinig tegen. Dat concludeert de Inspectie SZW op basis van een onderzoek.
 
Het onderzoek vond plaats tussen april 2013 en februari dit jaar bij 1264 locaties van 306 zorginstellingen. Volgens de inspectie is het aanpakken van de werkdruk bij zorginstellingen verbeterd, maar dat geldt niet voor het tegengaan van agressie. Werden in 2012 bij 40 procent van de instellingen overtredingen geconstateerd op dit gebied, nu is dit gestegen tot 60 procent.
 
Volgens de inspectie krijgt personeel door de veranderingen in de zorg vaker te maken met agressie. Ook wordt er vaker lager gekwalificeerd of tijdelijk personeel wordt ingezet, met minder ervaring in het omgaan met bijvoorbeeld dementerende ouderen, mensen met psychische problemen of het gebruik van hulpmiddelen. De inspectie vindt instellingen meer moeten doen aan voorlichting en training.
 
(Bron: www.arbo-online.nl)


Inspectie SZW meet hittestress

Nieuwsbericht | 3 juli 2014

Inspectie SZW gaat de FNV hittestresscalculator gebruiken om te inspecteren of op een werkplek sprake is van ongezond hete omstandigheden.

Jan Verhagen, adviseur arbeidsomstandigheden FNV Bondgenoten: "Het is heel mooi dat de Inspectie onze hittestresscalculator gebruikt als hulpmiddel bij het beoordelen van de hitte op het werk, en als richtlijn voor het eigen optreden. Onze ervaring is dat het overgrote deel van de werkgevers, 61% volgens de FNV-meldlijn uit 2013, namelijk nog steeds helemaal niets doet om werknemers te beschermen tegen de gevaren van hitte."
Jarenlang wordt de Arbotelefoon van FNV Bondgenoten gebeld voor klachten over werken in de zomerhitte. En met reden: het gevaar van ‘oververhitting’ is voor werknemers immers groter dan je denkt: hoofdpijn en concentratieverlies vormen de ‘lichte’ klachten, maar een hitteberoerte is levensbedreigend.
 
Op de website van FNV Bondgenoten kunnen werknemers met de hittestresscalculator meten wanneer het te warm is om te werken. Ook staan er praktische tips wat je eraan kunt doen. Werknemers die problemen hebben met de hitte op hun werkplek kunnen ook via mail of telefoon contact opnemen met de Arbotelefoon van FNV Bondgenoten.
 
Verhagen: “Als je bijvoorbeeld werkt in een slecht geventileerd gebouw, in een kas, lasser bent in een werkplaats, of chauffeur van een volle bus, dan kan het extreem heet worden. Dat kan leiden tot ongezonde en onveilige situaties. In overleg met de werkgever  is het best mogelijk veel te verbeteren. Bijvoorbeeld door wat vaker pauze te nemen in koelere ruimtes, te zorgen voor extra ventilatie en bepaalde warmte producerende apparaten uit te zetten”.
 
Voor extra hulp, als de werkgever écht niet tot maatregelen te bewegen is, kunnen werknemers terecht bij de Inspectie SZW, voorheen de Arbeidsinspectie. De Inspectie kan als het moet “handhavend optreden”: van een waarschuwing of boete tot stillegging van het werk.
 
In de nieuwe Basis Inspectie Module Hittestress staat beschreven hoe de Inspectie te werk gaat, als werknemers, ondernemingsraad of vakbond zich melden met een klacht over werken in de zomerhitte. Daarbij is een prominente plek ingeruimd voor de FNV Hittestresscalculator waarmee werknemers zelf eenvoudig kunnen nagaan of hun werksituatie ongezond heet is.
 
(Bron: www.arbo-online.nl)


Vier op de tien bedrijven investeren in mentale gezondheid van werknemers

Nieuwsbericht | 30 juni 2014

Acht van de tien werkgevers beschouwen mentale gezondheid als belangrijke indicator voor het succes van het bedrijf. Vier van de tien Nederlandse bedrijven treffen daadwerkelijk preventiemaatregelen gericht op de mentale gezondheid van de werknemers. De sectoren die het hoogst scoren, zijn onderwijs en de gezondheids- en welzijnszorg. Dit blijkt uit een enquête van het RIVM onder ruim 3100 werkgevers uit verschillende sectoren.

Werkgevers die geen actie ondernemen op het terrein van mentale gezondheid doen dat onder meer omdat ze niet weten of maatregelen wel effectief zijn en of de baten wel opwegen tegen de kosten. Inzicht hierin kan bevorderen dat dergelijk gezondheidsbeleid wel wordt uitgevoerd. 

De enquête , uitgevoerd in opdracht van de ministeries van VWS en SZW, laat zien dat de maatregelen die werkgevers treffen zeer divers zijn. Ze variëren van persoonlijke ontwikkelplannen, coaching, health-checks, aandacht voor balans tussen werk en privé, tot programma’s om stress te verminderen, yoga, e-health of andersoortige structurele mentale gezondheidsprogramma’s. 

Grote bedrijven treffen over het algemeen vaker maatregelen dan kleine bedrijven. De sectoren waarin werkgevers het meest ondernemen op het gebied van mentale gezondheid zijn het onderwijs en de gezondheids- en welzijnszorg. Binnen de sector ‘vervoer en opslag’ worden het minst vaak maatregelen getroffen. 
Gezondheid van de werknemers en goed werkgeverschap gelden voor werkgevers als de belangrijkste redenen om in maatregelen te investeren die de mentale gezondheid bevorderen. Financiële motieven, zoals minder ziekteverzuim, zijn ook veel genoemd. 
 
(Bron: www.rivm.nl)


Hoe een ongeluk leidt tot meer veiligheid

Nieuwsbericht | 19 juni 2014

Een ongeluk waarbij een leerling ernstig gewond raakt, is de nachtmerrie van iedere praktijkdocent. SG Panta Rhei heeft het drama een positieve afloop gegeven door de situatie op school veiliger te maken.

Panta Rhei had de zaken al goed voor elkaar, schrijft Voion, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs. Dat het toch mis kon gaan, kwam door miscommunicatie. Een invaldocent wist niet dat leerlingen nog geen instructie hadden gehad voor het werken met een cirkelzaag. Een leerling belandde ernstig gewond in het ziekenhuis en de school kreeg een boete van 7200 euro.
 
De lessen die de school uit het incident heeft getrokken zijn niet alleen voor Panta Rhei leerzaam, maar ook voor andere scholen waar leerlingen werken met gevaarlijke machines. Zo is de RI&E aangepast met een nieuwe procedure voor het geven van instructies. Ook de leerlingen hebben inbreng gehad in het verhogen van de veiligheid. Het ongeluk kon gebeuren omdat de leerling aan de verkeerde kant van de machine stond. Rode en groene voetstappen op de vloer geven nu aan waar de leerlingen wel en niet mogen staan. Op aanwijzing van de inspectie is de verlichting bij de machines verbeterd en is plek van de noodstop extra geel geschilderd, met oranje stip. De instructiekaart is uitvergroot en hangt bij elke machine.
 
In de Arbocatalogus op de site van Voion zijn naar aanleiding van dit ongeval tips voor andere scholen opgenomen:

  • Doe meteen na een ongeluk/incident zelf onderzoek en kijk wat eruit te leren valt.
  • Gebruik dit eigen onderzoek om zelf voorstellen voor verbetering te doen (en door te voeren), laat het niet afhangen van de arbeidsinspectie.
  • Laat betrokken leerlingen en collega’s na een incident/ongeluk hun ervaringen zelf opschrijven. Ze kunnen het dan in hun eigen woorden van zich af schrijven. Praten over de ervaringen kan daarna. Laat ouders deze ‘verklaringen’ voor gezien ondertekenen.
  • Wees proactief in het communiceren over het ongeluk binnen de school en naar de ouders. Organiseer bijvoorbeeld een ouderavond. Dan is direct contact mogelijk en kunnen vragen worden beantwoord.
  • Stel een docent aan als allround veiligheidscoördinator. Iemand die zowel fysieke als sociale veiligheid doet, kan verbindingen leggen en voelt meer betrokkenheid bij het thema.
  • Voer als veiligheidscoördinator de risico-inventarisatie (Arboscan-VO) zelf uit en betrek de praktijkdocenten en onderwijsassistenten hierbij. Dat stimuleert het bewustzijn van veiligheidsrisico’s bij medewerkers.
  • Maak een paar keer per jaar een ronde door de gebouwen om veiligheidsrisico’s te checken.
  • Check of de school een goede aansprakelijkheidsverzekering heeft.
  • Laat machines jaarlijks keuren.
  • Hou instructiekaarten up-to-date. Voor een voorbeeld van duidelijke instructiekaarten, zie de website van Voion.
  • Blijf communiceren over veiligheid. Docenten kunnen dat structureel doen in hun overleg. Een veiligheidscoördinator kan monitoren: waar staan we hoe gaat het. Breng het thema ook informeel met enige regelmaat ter sprake.
  • Laat veiligheid een vanzelfsprekend onderdeel zijn van bijvoorbeeld een techniekmiddag van de praktijkdocenten. Voion heeft verschillende veiligheidsmappen. 

 
(Bron: www.arbo-online.nl)


Nieuwe inspecties arbeidsveiligheid in zorg en welzijn

Nieuwsbericht | 18 juni 2014

De Inspectie SZW is onlangs gestart met een nieuwe ronde controles in de sector zorg en welzijn. De inspecteurs controleren bij ziekenhuizen, opvanghuizen en asielzoekerscentra. De inspecties duren tot het eind van het jaar.
De inspecteurs kijken vooral naar maatregelen die werkgevers nemen om psychosociale arbeidsbelasting aan te pakken. Dat is namelijk de belangrijkste oorzaak van werkgerelateerd ziekteverzuim in de zorg. 

In de ziekenhuizen kijkt de Inspectie behalve naar de systematische aanpak van werkgerelateerde stress ook naar het gebruik van veilige naaldsystemen en naar arbeidstijden van arts-assistenten. Voor dat laatste krijgt een aantal eerdere overtreders nu opnieuw bezoek. 
    
De Inspectie SZW vindt het belangrijk dat er gezond en veilig wordt gewerkt. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever en werknemer om wet- en regelgeving na te leven. 

Instellingen die de wet- en regelgeving niet naleven kunnen hoge boetes en sancties krijgen. 
De huidige inspecties vinden plaats binnen een meerjarig inspectieprogramma. In dat kader verschijnt er in juli een tussentijdse rapportage. 
 
Meer informatie over de wet- en regelgeving voor veilig en gezond werken is onder meer te vinden in arbocatalogi: 
- voor algemene en categorale ziekenhuizen www.betermetarbo.nl
- voor academische ziekenhuizen www.dokterhoe.nl
- voor opvanghuizen en asielzoekerscentrawww.fcb.nl/welzijn/arbo/arbocatalogus.

Meer informatie over veilig en gezond werken in de sector zorg en welzijn:www.inspectieszw.nl/zorg.

(Bron: www.inspectieszw.nl)


Inspectie SZW vordert boetes bij overtreders

Nieuwsbericht | 18 juni 2014

De Inspectie SZW heeft samen met een deurwaarder afgelopen week zeven bedrijven in Amsterdam bezocht die weigerden boetes te betalen. Het gaat hier om bestuurlijke boetes voor overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De deurwaarder vorderde ter plekke de openstaande boete of legde beslag op inventaris.

De Inspectie SZW pakt overtreders streng aan. Reden voor de Inspectie om bedrijven die veelvuldig arbeidswetten overtreden, na verloop van tijd wederom te controleren. Sommige overtreders betalen echter de bestuurlijke boete die eerder is opgelegd niet of maar voor een deel. Reden voor de Inspectie om gezamenlijk met de deurwaarder deze bedrijven te bezoeken en het nog openstaande boetebedrag te vorderen. In een aantal gevallen werd het openstaande boetebedrag direct betaald, in andere gevallen is beslag gelegd op het inventaris van de onderneming.

De Inspectie SZW zal vaker overtreders die hun boete niet betalen met een deurwaarder bezoeken om te zorgen dat er alsnog betaald wordt.

(Bron: www.inspectieszw.nl) 


Staand vergaderen verbetert samenwerking en creativiteit

Nieuwsbericht | 16 juni 2014

Staand vergaderen wordt al gepromoot om kantoorwerkers wat vaker uit hun stoel te krijgen. Nu blijkt dat het niet alleen goed is voor de gezondheid, maar ook voor de creativiteit en collegialiteit.

Onderzoekers van de Washington University in het Amerikaanse St. Louis bekeken wat er gebeurt met mensen wanneer ze staand in plaats van zittend vergaderen. De teams die staand vergaderden waren enthousiaster over hun werk en minder geneigd om hun ideeën voor zichzelf te houden. Doordat de teamleden minder territoriaal waren, deelden zij meer informatie en was de kwaliteit van hun werk uiteindelijk beter.
 
Bedrijven moeten hun kantoren zo inrichten dat het de gevaren vanzittend werk tegengaat, zegt Andrew Knight. Volgens hem is het verwijderen van stoelen niet alleen een goedkope manier om de inrichting te veranderen, maar heeft het dus ook een positieve impact op de manier waarop werknemers met elkaar samenwerken.

(Bron: www.arbo-online.nl)


Slopen terwijl er asbest zit: € 44.100,- boete voor sloopbedrijf

Nieuwsbericht | 13 juni 2014

De Inspectie SZW heeft aan een sloopbedrijf uit Zuid-Holland een boete opgelegd van € 44.100,- voor het illegaal verwijderen van asbest uit een woning op het eiland Goeree-Overflakkee.

Het sloopbedrijf is bezig met de sloop van een oude woning als een inspecteur van de Inspectie SZW ter plekke een controle uitvoert. De inspecteur constateert dat er delen van een asbesthoudende pijp van een schoorsteenkanaal en asbesthoudende beplating her en der op de grond liggen. De werkzaamheden worden direct stilgelegd.

In opdracht van de eigenaar van de woning is eerder een asbestinventarisatierapport opgesteld. Hierin staat dat er alleen sprake is van een asbesthoudend golfplatendak. Het betreft hier echter een zogenaamde ‘Type-A’-inventarisatie’, het in kaart brengen van alle visueel waarneembare bronnen. Voor de totaalsloop van de woning is een ‘Type-B’-inventarisatie noodzakelijk, waarbij ook door middel van destructief onderzoek niet-direct zichtbare materialen worden geïnventariseerd. Het sloopbedrijf behoort dat te weten. Daarbij komt dat tijdens de werkzaamheden, ondanks dat er nog meer asbesthoudend materiaal wordt aangetroffen, gewoon is doorgewerkt. Aannemers- en sloopbedrijven, en hun werknemers, moeten op de hoogte zijn dat zij asbest kunnen aantreffen bij hun werkzaamheden als er sprake is van woningen gebouwd vóór 1994.

Het sloopbedrijf heeft een boete gekregen van € 44.100,- vanwege allerhande overtredingen van de arbowet- en regelgeving. Daarnaast heeft het bedrijf een waarschuwing ontvangen dat bij herhaling van eenzelfde of soortgelijke overtreding kan worden besloten de werkzaamheden van het bedrijf gedurende langere tijd (enkele maanden) te laten staken.

De eigenaar van de woning heeft een aanvullend inventarisatierapport moeten laten opstellen en het asbesthoudend materiaal moet eerst door een gecertificeerd saneringsbedrijf worden opgeruimd. Pas daarna mag de sloop worden voortgezet.

Voor de Inspectie SZW is de aanpak van misstanden in de asbestsector een van de speerpunten. Daarom is een speciaal team geformeerd met inspecteurs, die zijn vrijgemaakt voor de aanpak van misstanden.

Het gebruik van asbest is in Nederland al sinds 1994 verboden. Alle bedrijven in Nederland die asbest verwijderen, moeten dat vooraf bij de Inspectie SZW melden. In ons land zijn er ongeveer 300 bedrijven die gecertificeerd zijn om asbest te verwijderen. 

(Bron: www.inspectieszw.nl)


Bouwbedrijf heeft vaak geen veiligheidscertificaat

Nieuwsbericht | 06 juni 2014

39% van de bouw- en installatiebedrijven heeft geen veiligheidscertificaat. Dat levert de ondernemingen zelden problemen op, want opdrachtgevers lijken er maling aan te hebben.

Dat blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy onder 500 bedrijven in de bouw- (B&U en GWW) en installatiesector.

71 procent van de ondervraagde bedrijven zegt dat opdrachtgevers zelden tot nooit om een veiligheidscertificaat vragen. Alleen opdrachtgevers in de grond-, weg-, en waterbouw (GWW) vragen vaker wel dan niet om een veiligheidscertificaat. Opdrachtgevers als overheidsinstellingen (gemeenten, Rijkswaterstaat, Provinciale Staten en Waterschappen), bedrijven en hoofdaannemers vragen het vaakst om een veiligheidscertificaat.

(Bron: www.arbo-online.nl)


 Wie discrimineert, krijgt politie aan de deur

Nieuwsbericht | 19 mei 2014

De Rijksoverheid doet vanaf 2015 geen zaken meer met bedrijven die veroordeeld zijn wegens discriminatie. Lopende contracten worden verbroken. Ook moet de politie voortaan alle aangiftes van discriminatie oppakken
Dit staat in een actieplan tegen discriminatie dat minister Asscher, mede namens minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.
  
Discriminatie vindt vaak onbewust plaats, ingegeven door vooroordelen. Daarom juicht het kabinet  de inzet van werkgevers- en werknemersorganisaties toe voor een divers personeelsbeleid. Tegelijkertijd pakt de overheid werkgevers die bewust discrimineren hard aan. Zo wordt gestart met ‘naming en shaming’ van bedrijven die discrimineren. Hiervoor wordt nog dit jaar de wet gewijzigd.
 
Ruim 60 procent van de Nederlanders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond en voelde zich het afgelopen jaar gediscrimineerd. Een kwart van de Nederlanders ervoer discriminatie vanwege bijvoorbeeld hun geslacht, seksuele voorkeur, leeftijd of een zwangerschap. Discriminatie is een maatschappelijk probleem dat het kabinet niet alleen kan oplossen. Mensen die gediscrimineerd worden, moeten daar melding van maken. Ook werkgevers en werknemers hebben een belangrijke verantwoordelijkheid.
 
Het kabinet reageert met deze aanvullende maatregelen onder meer op het SER-advies 'Discriminatie werkt niet!'. Werkgeversorganisaties LTO Nederland, MKB-Nederland en VNO-NCW zeiden daarover dat discriminatie een lastig onderwerp blijft: "Als bij discriminatie perceptie en realiteit op één lijn gezet worden, hebben mensen snel een alibi om in een slachtofferrol te vervallen als zij niet de begeerde baan of het gewenste loon krijgen. Dat kan de aandacht afleiden van de werkelijke achtergronden, zoals een gebrek aan opleiding of onvoldoende kennis van de Nederlandse taal. En die factoren moeten naast antidiscriminatiebeleid de volle aandacht houden." 

(Bron: www.arbo-online.nl)


Vierjarige aanpak van beroepsrisico nummer 1: werkstress

Nieuwsbericht | 15 mei 2014

Een derde van het werkgerelateerde ziekteverzuim wordt veroorzaakt door werkstress. Daarmee is stress op de werkvloer het grootste beroepsrisico in ons land. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gaat daarom de komende vier jaar samen met werkgevers en werknemers werkstress verder bespreekbaar maken en aanpakken. Ook de Inspectie SZW gaat de komende jaren extra controleren op gezonde werktijden, werkdruk en agressie op de werkvloer, zo schrijft de minister in een brief die gisteren aan de Tweede Kamer is gestuurd.

Minister Asscher heeft gisteren in Den Haag in het bijzijn van werkgevers en werknemers  het startsein gegeven voor een plan om werkgerelateerde stress aan te pakken. Op deze bijeenkomst lanceerde Asscher ook de communicatiecampagne ‘Check je Werkstress’. Deze campagne is bedoeld om werkgevers en werknemers te wijzen op de risico’s van teveel werkstress en moet ervoor zorgen dat het onderwerp bespreekbaar wordt op de werkvloer. In de campagne staan ervaringsverhalen van bekende en onbekende Nederlanders centraal. Zo vertellen onder meer Hugo Borst en Leontien van Moorsel over hun ervaringen met werkstress.

Minister Asscher: ‘Het is nu vaak nog een taboe om over werkstress te praten, daar schamen werknemers zich voor. Maar de bekende uitspraak ‘van hard werken wordt niemand ziek’, klopt in de praktijk niet. Met hard werken is niks mis, maar de randvoorwaarden om dit te kunnen doen moeten er wel zijn. Bijvoorbeeld dat je naast je werk ook de zorg op je kunt nemen voor een  familielid of vriend. En dat er op je werk geen sprake is van agressie, pesten en intimidatie. Ik wil dat het normaal wordt dat werkgevers en werknemers werkstress met elkaar bespreken en aanpakken’.

Verder kondigt de minister in zijn brief een landelijke Week van de Werkstress aan. Ook gaat het ministerie van SZW bijeenkomsten organiseren waar werkgevers en werknemers goede voorbeelden over het omgaan met werkstress uitwisselen die ze direct op de werkvloer kunnen toepassen.

Minister Asscher moedigt daarnaast aan dat afspraken over de aanpak van werkdruk ook in de cao’s worden vastgelegd. Eerder kondigde hij al maatregelen aan om de combinatie van werk en zorg makkelijker te maken. Uit onderzoek blijkt dat 12 procent van de werknemers burn-out klachten heeft. Ruim 40 procent van de werknemers vindt zijn of haar werk mentaal belastend en een kwart geeft aan altijd onder hoge tijdsdruk te moeten werken. Ook heeft 40 procent van de werknemers in ons land behoefte aan extra maatregelen om werkstress te voorkomen.

De komende twee jaar richt de aanpak zich vooral op werkdruk, agressie, geweld en intimidatie. Dit zijn de grootste risico’s op de werkvloer. In het onderwijs en bij financiële instellingen wordt zelfs de helft van het ziekteverzuim veroorzaakt door de hoge werkdruk. In het derde en vierde jaar van de aanpak staat het bestrijden van discriminatie en pesten op de werkvloer centraal. Ook wordt apart aandacht besteed aan doelgroepen en sectoren die meer risico lopen.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt bij de aanpak van werkstress samen met Nederlands Focal Point voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk.
 
(Bron: www.inspectieszw.nl)


Geld besparen door verbeteren van arbeidsomstandigheden!

Nieuwsbericht | 14 mei 2014

Bedrijven profiteren van investeringen in betere arbeidsomstandigheden. Onderzoekers van het Zwitserse ISSA, en de Duitse verzekeringsorganisaties DGUV en BG ETEM hebben dit aangetoond d.m.v. een internationaal onderzoek.

Onderzoekers hebben bij 300 bedrijven in 16 verschillende landen het economische effect op investeringen in betere arbeidsomstandigheden bestudeerd. De betrokken bedrijven lieten een 'Return on Prevention' zien van 2.2. Wat zoveel betekend dat elke geïnvesteerde euro een besparing van € 2,20 op kan leveren. Het betreft hier een gemiddelde besparing, per bedrijf kan dit verschillen vanwege hun huidige economische situatie en marktwerking. 

Naast besparingen werd ook ondervonden dat er verbeteringen waren te meten in o.a. het imago van het bedrijf, de bedrijfscultuur en de motivatie van werknemers. 

(Bron: www.issa.int)


Opnieuw dode bij brand in seniorenflat

Nieuwsbericht | 13 mei 2014

Een bewoonster van een seniorenflat in Assen is omgekomen bij een grote brand in de nacht van maandag op dinsdag.

Het vuur zou zijn ontstaan op de tweede verdieping van het pand aan de Zuidhaege. De brandweer heeft het pand ontruimd. Meerdere ambulances, politievoertuigen en brandweerwagens waren op de plaats van de brand aanwezig.

Rond half 2 heeft de brandweer het sein brandmeester gegeven. De 14 andere geëvacueerde bewoners worden in een hotel in de buurt opgevangen.

Brandweer en brandveiligheidsexperts waarschuwen al geruime tijd dat meer bejaarden slachtoffer dreigen te worden van gebrekkige brandveiligheidsvoorzieningen in bejaardenwoningen.

(Bron: www.brandveilig.com)


Meer bedrijven vallen onder Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO)

Nieuwsbericht | 12 mei 2014
Het aantal bedrijven in Nederland dat valt onder het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO) gaat sterk toenemen. Door gewijzigde Europese richtlijnen zijn de lijsten met de drempelwaarden van stoffen, categorieën stoffen, mengsels en preparaten zijn opgenomen, gewijzigd en uitgebreid. Dat meldt de NVVK.
 
Het Nederlandse BRZO is een afgeleide van de Europese Seveso II-richtlijn ter voorkoming van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. In 2012 is de huidige Seveso-richtlijn geactualiseerd en aangepast aan de CLP-verordening (Classification, Labelling and Packing). Deze nieuwe Seveso III-richtlijn moet uiterlijk 1 juni 2015 zijn geïmplementeerd in alle EU-lidstaten.

De twee lijsten in bijlage I waarin de drempelwaarden van stoffen, categorieën stoffen, mengsels en preparaten zijn opgenomen, zijn gewijzigd en uitgebreid. Het gevolg hiervan is dat het aantal BRZO-plichtige bedrijven in Nederland sterk gaat toenemen, waarschuwt de NVVK.

De NVVK heeft de belangrijkste verplichtingen voor BRZO-plichtige bedrijven op een rij gezet:

  • Opstellen en toepassen van een preventiebeleid ten aanzien van zware ongevallen binnen de inrichting.
  • Invoeren van een veiligheidsbeheersysteem.
  • Het bevoegd gezag in kennis stellen over o.a. de aard en de hoeveelheid aanwezige gevaarlijke stoffen binnen een jaar na het in werking treden van het BRZO en in geval van een significante wijziging.
  • Informatie uitwisselen met naburige inrichtingen die het risico of de gevolgen op een zwaar ongeval kunnen vergroten, de zogeheten domino-effecten.

Voor ‘hogedrempel-inrichtingen’ ofwel ‘VR-plichtig bedrijven’ geldt bovendien:

  • Opstellen van een veiligheidsrapport.
  • Opstellen en implementeren van een intern noodplan.
  • Actueel en beschikbaar houden van een stoffenlijst.

Nieuw zijn de volgende maatregelen:

  • De lagedrempel-inrichtingen moeten voortaan minimaal eens in de drie jaar worden geïnspecteerd. Voor de hogedrempel-inrichtingen is dat conform het huidige BRZO minstens eenmaal per jaar.
  • Duidelijke begrijpelijke informatie verstrekken, onder meer via internet, over de activiteiten en de risico’s van het bedrijf, inclusief wat te doen in geval van een calamiteit. Voor de hogedrempel-inrichtingen gelden nog extra verplichtingen rondom de informatievoorziening. 

 (Bron: NVVK)


 

Adres:
Steenhouwer 34
9502 ET  STADSKANAAL

Telefoon:
0599-652287 (08:00u-17:00u)

E-mail:
info@johannesadviesburo.nl

KvK-nr: 69077355
BTW-nr: NL.8577.20.636.B01
IBAN: NL 78 INGB 0008 1943 40